Opdracht A
De klas wordt in vieren gedeeld. Elke deelgroep bereidt een ontwikkelingsgebied voor. Je kunt kiezen uit: cognitieve ontwikkeling; motorische ontwikkeling; sociaal-emotionele ontwikkeling; morele ontwikkeling. Elke deelgroep maakt een PowerPoint en een bijbehorende hand-out die in een presentatie naar ouders toe kan worden gebruikt. Let op: deze opdracht lijkt op eerdere opdrachten uit pabo 1 en 2; die kennis zet je hier ook in! Het verschil is dat je nu doelgericht een presentatie naar ouders toe ontwerpt.
De vier groepen presenteren elk hun ontwikkelingsgebied ter inleiding van themabijeenkomst 3, zodat we deze gebieden weer helder voor ogen krijgen. Van belang is dat zowel de PowerPoint, presentatie als hand-out op ouders en verzorgers gericht is.
We hebben als groep ervoor gekozen om de presentatie te houden over de Sociaal-Emotionele ontwikkeling en de Morele ontwikkeling. Deze twee ontwikkelingen sluiten op elkaar aan. Om de presentatie goed te kunnen doen hebben we eerst de informatie over deze twee ontwikkelingen weer naar boven gehaald zie de informatie hieronder.
Informatie presentatie
Sociaal-emotionele en morele ontwikkeling
Definities:
De definitie van sociaal-emotionele ontwikkeling: De sociaal-emotionele ontwikkeling bestaat uit het ontwikkelen van een eigen persoonlijkheid, wat overeenkomt met verwachtingen en gedragingen uit de sociale omgeving.
De definitie van morele ontwikkeling: de ontwikkeling van het denken over ethische kwesties. Wat is goed en wat is fout?
De sociaal-emotionele ontwikkeling wordt vaak verdeeld in de sociale ontwikkeling aan de ene kant en de emotionele ontwikkeling aan de andere kant. De sociale ontwikkeling heeft te maken met sociaal gedrag. Hoe ga je met andere mensen om? De emotionele ontwikkeling heeft te maken met het leren herkennen van de eigen en andermans emoties en hoe je daarmee om moet gaan. Morele ontwikkeling kan dus ook gezien worden als het vormen van een geweten.
Ontwikkeling per leeftijdscategorie
Kleuters: Sociale ontwikkeling bij kleuters kan gezien worden als de wijze waarop kleuters omgaan met hun leeftijdsgenoten en hoe zich dat uit in hun spelgedrag. Kleuters hebben graag anderen in hun omgeving, maar ondernemen niet direct allerlei activiteiten met elkaar. Kleuters zijn egocentrisch en kunnen naast elkaar spelen zonder met elkaar te spelen (parallel spel). Nog geen echte vriendschappen. Vriendschappen zijn gebaseerd op omstandigheden, bijvoorbeeld elkaar vaak tegenkomen.
Spel, er hoeft niet direct een doel bereikt te worden. Geen vooropgezet plan.
3 fasen van spelontwikkeling:
1. Oefenspel (spelen met voorwerpen om er beter vertrouwd mee te raken)
2. Symbolisch spel (doen alsof, bijv. vader en moedertje spelen) -> de kleuters zitten in deze fase.
3. Spel volgens regels
Emotionele ontwikkeling kan bij kleuters gezien worden als de manier waarop kleuters omgaan met gevoelens en emoties. Kleuters hebben hun emotionele leven/driftleven aardig onder controle. Emoties zijn vrij goed te beheersen. Ze zijn goed in staat hun gedrag aan te passen aan de situatie. Kleuters kunnen emoties bij zichzelf en tot op zekere hoogte ook bij anderen benoemen en onderkennen.
De functie van angst is het kind beschermen tegen overprikkeling. Vier soorten angst: angst voor geluiden, angst voor dieren en het donker, angst voor natuurverschijnselen en pathologische angsten (smetvrees, angst voor school, etc.).
Bij agressie zijn er twee verschillende vormen namelijk;
- Instrumentele agressie: voorbeeld -> het afpakken van een schep.
- Vijandige agressie: andere schade berokkenen zonder uiteindelijk doel (fysiek (meer voor jongens) of emotioneel (meer voor meisjes)).
Fantasie speelt een grote rol bij kleuters. Je hebt daar veel verschillende vormen in;
- Animistisch denken: het toekennen van een ziel aan levenloze objecten.
- Magisch denken: Kind fantaseert over de oorzaak van iets en zoekt deze bij zichzelf (blazen en dan gaat het stoplicht van rood naar groen).
Morele ontwikkeling bij kleuters: goed of slecht is gebaseerd op de directe gevolgen hiervan. Kleuters zijn gevoelig voor straffen en belonen. Ze weten wanneer een ander straf zou moeten krijgen.
Egocentrisme wordt langzaam minder. De sociale cognitie neemt toe. Er ontstaat begrip over hoe anderen denken en voelen. Langzamerhand komen de begrippen altruïsme (onbaatzuchtig gedrag om een ander te helpen) en empathie (het vermogen om emotionele reacties bij anderen te herkennen en de neiging om daar met dezelfde gevoelens op te reageren) opzetten.
Onder sociaal-emotionele ontwikkeling valt ook de identiteitsontwikkeling, dus het besef van een eigen ik. Bij kleuters ontstaat dit besef. Ze zijn in staat zichzelf te omschrijven. Dit gebeurt wel alleen aan de hand van het uiterlijk. Kleuters willen autonoom zijn.
Kinderen van 6 tot 9 jaar:
Echte vriendschappen ontstaan op basis van loyaliteit en wederzijdse steun. Een groepssfeer en omgang van kinderen met elkaar is nog goed te beïnvloeden door de leerkracht. Jongens hebben vriendschappen met jongens, meisjes met meisjes. Jongens hebben een grotere groep vrienden en zijn flexibeler, meisjes hebben kleinere groepen en zijn minder flexibel.
Emotionele ontwikkeling: Kinderen leren beter omgaan met emoties. Ze kunnen zich nu verplaatsen in anderen. Zelfbeeld wordt gedetailleerder. Naast uiterlijke kenmerken ook psychologische kenmerken.
Morele ontwikkeling: Deze leeftijdscategorie krijgt een rechtvaardigheidsgevoel. Ze zitten in het conventionele stadium. Regels worden geaccepteerd en toegepast. Tegelijkertijd gaan ze uittesten hoe ver ze kunnen gaan. Hun wereld wordt groter. Verschillende types geweld kunnen deze kinderen goed onderscheiden. Ze krijgen meer inlevingsvermogen. Ze kunnen zich voorstellen dat iets niet leuk is, omdat ze dat zelf ook niet leuk zouden vinden. Dit moet wel door een juf of moeder/vader verteld worden.
Identiteitsontwikkeling: Kinderen gaan zichzelf accepteren zoals ze zijn. Kinderen kunnen in toenemende mate van een afstand naar zichzelf kijken. Kinderen gaan beseffen dat ieder mens eigen gevoelens en gedachten heeft. Kinderen leren omgaan met emotioneel stressvolle situaties.
Kinderen van 9 tot 12 jaar:
Sociale ontwikkeling: Oudere kinderen hebben echte vrienden. Ze zijn heel strikt in hun regels wat betreft vriendschap. Als de regels worden gebroken, kan er een hevige ruzie ontstaan. Dit kan worden bijgelegd, maar dit duurt langer dan bij jongere kinderen. Meisjesvriendschappen -> relaties en zorg voor anderen. Jongensvriendschappen -> competitie en rechtvaardigheid.
Pestgedrag ligt op de loer. Er ontstaat groepsdruk om dingen wel of niet te doen. Kinderen ontwikkelen persoonlijke voorkeuren. Het kan dus zijn dat de groepsvoorkeur voor de persoonlijke voorkeur gaat, omdat de kind niet uit de groep wilt vallen.
Er ontstaat associatief spel. Kinderen spelen samen en stemmen een activiteit op elkaar af om een gezamenlijk doel te halen.
Angst is één van de sterkste emoties. Verschillende reactiepatronen voor omgaan met angst. Meisjes geven aan vaker bang te zijn. Ze reageren op een fysieke of emotionele wijze. Jongens reageren vaak op een rationele wijze en geven aan niet zo snel bang te zijn.
Zelfbeeld: Leerlingen krijgen in de gaten wie ze zelf zijn. Ze vergelijken zichzelf met anderen als ze zichzelf moeten beschrijven.
Morele ontwikkeling: Deze leeftijdsgroep gaat nadenken over de groepsvorm en ze beseffen dat ze een eigen verantwoordelijkheid hebben. Waarden en normen van autoriteiten zijn niet meer vanzelfsprekend. De regels van de buitenwereld zijn minder absoluut. Kinderen willen zelfstandig een mening vormen. Verder hebben ze een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Er is een ontwikkeling van algemene gewetensprincipes. Op grond van morele principes besluit een kind om iets wel of niet te doen (bijvoorbeeld vegetariër te worden).
Identiteitsontwikkeling: Ze gaan op zoek naar hun identiteit door zich te spiegelen aan leeftijdsgenoten. Ze kunnen zich kritisch uitlaten en worden mondiger tegenover hun ouders. Oudere kinderen willen groot zijn en zo willen ze ook benaderd worden. Ze willen erbij horen. Het is belangrijk om aansluiting te hebben bij een groep.
Ouderavond basisschool de Passiebloem
Sociaal-emotionele en morele
ontwikkeling
Met als sprekers: F. Nieuwkoop en L.
van der Voort
De
sociaal-emotionele ontwikkeling bestaat uit het ontwikkelen van een eigen
persoonlijkheid, wat overeenkomt met verwachtingen en gedragingen uit de
sociale omgeving
Morele ontwikkeling is de ontwikkeling van het denken over ethische kwesties. Wat is goed en wat is fout?
Kleuters
in ontwikkeling:
-Sociale ontwikkeling bij kleuters kan gezien worden als de wijze waarop kleuters omgaan met hun leeftijdsgenoten en hoe zich dat uit in hun spelgedrag.
-Sociale ontwikkeling bij kleuters kan gezien worden als de wijze waarop kleuters omgaan met hun leeftijdsgenoten en hoe zich dat uit in hun spelgedrag.
- Kleuters
hebben graag anderen in hun omgeving, maar ondernemen niet direct allerlei
activiteiten met elkaar.
-Kleuters zijn egocentrisch, dit
houdt in dat het kind de wereld vanuit zijn eigen perspectief bekijkt. Naarmate
het kind ouder wordt neemt het egocentrisme af. -Emotionele ontwikkeling kan bij kleuters gezien worden als de manier waarop kleuters omgaan met gevoelens en emoties. Kleuters hebben hun emotionele leven/driftleven aardig onder controle. Ze zijn goed in staat hun gedrag aan te passen aan de situatie. Kleuters kunnen emoties bij zichzelf en tot op zekere hoogte ook bij anderen benoemen en onderkennen.
-Morele ontwikkeling van kleuters is gebaseerd op wat goed of slecht en de directe gevolgen hiervan. Kleuters zijn gevoelig voor straffen en belonen. Ze weten wanneer een ander straf zou moeten krijgen.
Kinderen van 6 tot 9 jaar
-Echte vriendschappen ontstaan op basis van loyaliteit en wederzijdse steun. Een groepssfeer en omgang van kinderen met elkaar is nog goed te beïnvloeden door de leerkracht. Jongens hebben vriendschappen met jongens, meisjes met meisjes. Jongens hebben een grotere groep vrienden en zijn flexibeler, meisjes hebben kleinere groepen en zijn minder flexibel.
-Kinderen leren in deze periode beter omgaan met emoties. Ze kunnen zich nu verplaatsen in anderen en het zelfbeeld wordt gedetailleerder.
-Tijdens de morele ontwikkeling in deze leeftijdscategorie krijgt het kind een rechtvaardigheidsgevoel. Ze zitten in het conventionele stadium. Dit houdt in dat de regels worden geaccepteerd en toegepast. Tegelijkertijd gaan ze uittesten hoe ver ze kunnen gaan. Hun wereld wordt groter. Ze krijgen meer inlevingsvermogen en kunnen zich voorstellen dat iets niet leuk is, omdat ze dat zelf ook niet leuk zouden vinden. Dit moet wel door een leerkracht of ouder verteld worden.
Kinderen van 9 tot 12 jaar
-Oudere kinderen hebben hechtere vriendschappen. Ze zijn heel strikt in hun regels wat betreft vriendschap. Als de regels worden gebroken, kan er een hevige ruzie ontstaan. Dit kan worden bijgelegd, maar dit duurt langer dan bij jongere kinderen.
-Meisjesvriendschappen bestaan uit relaties en zorg voor anderen. Jongensvriendschappen bestaan uit competitie en rechtvaardigheid.
-In deze leeftijdscategorie ligt pestgedrag meer op de loer. Er ontstaat groepsdruk om dingen waarbij het kind moet besluiten iets wel of niet te doen. Kinderen ontwikkelen persoonlijke voorkeuren. Het kan dus zijn dat de groepsvoorkeur voor de persoonlijke voorkeur gaat, omdat de kind niet uit de groep wilt vallen.
-Op deze leeftijd krijgen kinderen een steeds beter zelfbeeld. Ze vergelijken zichzelf met anderen als ze zichzelf moeten beschrijven.
-Morele ontwikkeling. Deze leeftijdsgroep gaat nadenken over de groepsvorm en ze beseffen dat ze een eigen verantwoordelijkheid hebben. Waarden en normen van autoriteiten zijn niet meer vanzelfsprekend. De regels van de buitenwereld zijn minder absoluut. Kinderen willen zelfstandig een mening vormen. Verder hebben ze een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Er is een ontwikkeling van algemene gewetensprincipes. Op grond van morele principes besluit een kind om iets wel of niet te doen (bijvoorbeeld vegetariër te worden).
Opdracht B
Je gaat na op welke wijze jouw stageschool omgaat met oudercontacten. Maak (individueel!) een A4-tje met aantekeningen waarin je op overzichtelijke wijze verwoordt:
- welke momenten jouw
school ouderavonden organiseert
- welke inhoud deze
ouderavonden hebben
- hoe deze
ouderavonden worden voorbereid / georganiseerdOp basisschool de Toermalijn zijn er meestal drie momenten in het schooljaar dat er ouderavonden worden georganiseerd. Één aan het begin van het jaar in september en dan altijd na het uitreiken van de rapporten. Dit gebeurt dan meestal in november en maart.
De ouderavond aan het begin van het jaar zijn voor de ouders van de kinderen van de groepen 1 tot en met 8. Op deze avond wordt verteld wat de ouders dit schooljaar allemaal kunnen verwachten wat er gaat gebeuren. Het rapport van het kind is de leidraad voor de ouderavonden in november en maart. Tijdens deze ouderavonden wordt besproken hoe het met de kinderen in de klas gaat qua resultaten, maar ook hoe het kind zelf in de klas is.
Vooral de ouderavonden in november en maart worden individueel voorbereid. Naar aanleiding van het rapport wordt door de desbetreffende leerkracht bekeken wat hij of zij aan de ouders kwijt wilt. De ouders worden na de uitreiking van het rapport in de klas uitgenodigd waar het gesprek met de leerkracht wordt gehouden. Er is verder geen IB’er of een andere leerkracht bij het gesprek aanwezig.
Opdracht C
De beide teams die binnen de klas de opdracht hebben om een nieuwe school te ‘bouwen’, zorgen ervoor dat zij een kant en klaar draaiboek hebben liggen voor een ouderinformatieavond met als titel ‘Ontwikkeling in beeld’. Het draaiboek geeft de organisatie en uitvoering van een ouderinformatieavond weer waarin één of meerdere ontwikkelingsgebieden naar geïnteresseerde ouders wordt uitgelegd en gepresenteerd. Vragen die vanuit het draaiboek vooraf beantwoord dienen te worden, zijn:
Ouderinformatieavond ‘Ontwikkeling in Beeld’
1. Hoe zorg je ervoor dat de ouders de avond niet willen missen?
In de loop naar de ouderinformatieavond zal meerdere keren het belang van deze avond worden aangestipt. De ouderinformatieavond zal om de ontwikkeling van hun kind gaan en het is belangrijk dat de ouders hier zicht op hebben. Dit aanstippen gebeurt op verschillende plaatsen. Er zullen mededelingen in de school opgehangen worden, op de schoolsite zal de ouderinformatieavond meerdere keren ter sprake komen en er zullen meerdere keren brieven/mailtjes worden verstuurd naar de ouders, waarbij telkens het belang van het aanwezig zijn op deze dag de aandacht zal krijgen.
2. Hoe zorg je ervoor dat de ouders de avond niet vergeten?
Aan de hand van de presentatie die deze avond gegeven zal worden, zal een hand-out worden gemaakt die de ouders mee kunnen nemen na afloop van deze avond. Zo kunnen ze na deze avond op de hand-out nogmaals teruglezen wat er allemaal verteld is op de ouderinformatieavond. Daarnaast kan er na deze avond meerdere keren met de ouders op teruggekomen worden wat er deze dag allemaal verteld is.
3. Hoe nodig je de ouders uit en wanneer doe je dit?De ouders zullen ruim voor de ouderinformatieavond worden uitgenodigd, dit zal een maand van tevoren goed kunnen. De ouders krijgen via de mail een persoonlijke uitnodiging voor deze avond. Daarnaast zullen de ouders via de nieuwsbrief nogmaals worden uitgenodigd. Dit omdat we er niet van mogen uitgaan dat iedere ouder een computer thuis heeft. Als er ouders interesse hebben, kan dit doorgegeven worden aan de leerkracht waar hun kind bij in de klas zit.
4. Hoe zorg je ervoor dat de ouders actief worden betrokken bij de inhoud van de avond (werkvormen!)?
De ouders kunnen van tevoren aangeven over welk ontwikkelingsgebied zij meer willen horen tijdens de ouderinformatieavond. Dit staat ook aangegeven op de uitnodiging. Daarnaast zal er tijdens deze ouderinformatieavond veel ruimte zijn voor het bespreken van de ervaringen van de ouders met de ontwikkeling van hun kind(eren). Aan welke werkvormen gedacht kan worden:
· Gesprekken in kleine groepen (ouders die met elkaar in gesprek gaan over hun kind(eren))
· Gesprekken met de hele groep (ouders hebben de ruimte om aan iedereen te vertellen over de ontwikkeling van hun kind(eren))
· Als ouders vragen hebben, kunnen zij deze stellen, maar als ouders antwoorden hebben, is daar natuurlijk ook ruimte voor.
5. Hoe zorg je ervoor dat het onderwerp voor zoveel mogelijk ouders interessant is?
Het onderwerp ‘ontwikkeling in beeld’ zal van meerdere kanten worden belicht, mede aan de hand van de input van de ouders. Daarnaast zullen meerdere leeftijdsgebieden besproken worden zodat het zowel voor ouders van kleuters als voor ouders van kinderen van groep 8 interessant is.
6. Hoe zorg je voor heldere informatie?
De informatie die we voor deze ouderinformatieavond zullen gebruiken, zal afkomstig zijn uit boeken over de ontwikkeling van het basisschoolkind. Deze informatie zal tijdens de informatieavond zo worden verteld dat het voor iedere ouder duidelijk is waar het over gaat tijdens deze presentatie. De boekentaal zal op zo’n manier omgezet worden naar informele taal, dat de presentatie voor ouders van elk niveau te begrijpen is.
7. Hoe zorg je voor een goede presentatie?
Er zal een logische opbouw in de presentatie zijn. Deze opbouw wordt aan het begin van de avond punt voor punt besproken, zodat de ouders weten waar ze aan toe zijn. De leeftijdsgebieden worden chronologisch besproken en per ontwikkelingsgebied. Zodra een ontwikkelingsgebied met de ontwikkeling van de bovenbouwkinderen is afgerond, is het volgende ontwikkelingsgebied dus aan de beurt.
8. Hoe zorg je voor een goed programma?
Van tevoren zal besproken worden met degenen die deze ouderinformatieavond geven wat er allemaal wordt behandeld op deze avond. Hierbij wordt ook rekening gehouden met eventuele vragen die van de ouders kunnen komen en wordt er ook een pauze ingepland.
Het draaiboek hieronder laat zien hoe deze dag georganiseerd zal worden.
Leiden
Begin schooljaar 2012-2013
1.
Ouderavond
Waar
|
Aula op de Passiebloem
|
Datum
|
‘’Nog niet bekend’’, begin van het
schooljaar
|
Tijd
|
19.30 t/m 21.30
|
Bezoekers aantal
|
Ligt aan het aantal nieuwsgierige
ouders, aantal wordt nog bekend.
|
Contactpersoon de Passiebloem
|
Ellen Ryan, directrice
|
Contactpersoon portfolio
|
Linsey van der Voort, Intern
begeleidster
|
2.
Algemeen, wat wordt er besproken?
Visie van de Passiebloem
|
Door: Ellen Ryan, Directrice
|
Sociaal-emotionele en morele
ontwikkeling
|
Door: Verschillende leerkrachten van
de Passiebloem. O.a. bovenbouw en onderbouw coördinator: Jesssica Geluk en
Jennifer Geluk
|
Portfolio op de Passiebloem
|
Door: Linsey van der Voort, Intern
begeleidster
|
3.
Tijdschema
19.30 – 19.50
|
Inloop ouders
|
19.50 – 20.00
|
Welkomstwoordje op de Passiebloem door
de directrice
|
20.00 – 20.15
|
Voorstellen van het management team
van de Passiebloem (Incl. Passies)
|
20.15 – 20.45
|
|
20.45 – 21.00
|
Presentatie over de portfolio en
rapporten op de Passiebloem
|
21.00 – 21.15
|
De mogelijkheid voor ouders om vragen
te stellen
|
21.15 – 21.30
|
Het uitdelen van de hand-outs en
afsluiting van de ouderinformatie avond.
|
Geen opmerkingen:
Een reactie posten